De vraag naar een cad engineer op projectbasis komt bij ons binnen op drie momenten die zich laten voorspellen. Er ligt een piek waarvan iedereen weet dat hij over twee maanden voorbij is. Er staat een datum vast die om welke reden dan ook niet mag schuiven. Of er staat een vacature open die al een half jaar niet gevuld raakt, terwijl het werk ondertussen blijft binnenkomen.
In alle drie de gevallen helpt een aanstelling niet, want die komt te laat en blijft daarna staan.
Wij pakken het tekenwerk op als afgebakend pakket, met een beschreven scope, een afgesproken oplevervorm en een prijs per uur of per project. Ons team werkt op afstand vanuit ons eigen kantoor met eigen licenties, en iedereen die meedraait heeft meer dan tien jaar ervaring met CAD. Wij tekenen en modelleren, engineering laten wij bij de opdrachtgever. Binnen een project schalen wij op van één of twee tekenaars tot ongeveer tien, afhankelijk van wat de planning vraagt.
Routing van een kabelgoottracé in het model, opgebouwd met parametrische families die de materiaalstaat meenemen.
Een opdracht op projectbasis begint bij ons met een lijst, niet met een intentie. Wij leggen vast welke bladen erin zitten, in welke fase ze thuishoren en welk detailniveau geldt. In de uitwerkingsfase gaat het meestal om plattegronden, aanzichten, doorsneden en een reeks detailbladen waarin de principes terugkeren. Bij uitvoeringsgericht werk komen daar montagetekeningen, sparingtekeningen, leidingschema's en stuklijsten bij. Voor fabrikanten tekenen wij productietekeningen met bijbehorende samenstellingen en varianten. Aan de modelkant bouwen wij gebouwmodellen, onderdelen en samenstellingen, waaruit wij de bladen rechtstreeks afleiden zodat model en tekening niet uit elkaar lopen.
Revisiewerk en as-builtdocumentatie nemen wij als aparte pakketten aan, omdat de aard van dat werk anders is dan nieuw tekenwerk. Binnen zo'n afgebakend pakket rekenen wij vaak met een vaste projectprijs, want het werk laat zich vooraf overzien. Blijft de omvang nog bewegen, dan werken wij op uurbasis en schrijven wij uitsluitend zuivere werkuren. De oplevering knippen wij op in tranches met een vast ritme, zodat de projectleider al bij het eerste deel ziet of de lijn klopt en niet pas bij de laatste bladen.
Elk blad passeert daarbij minimaal drie controlelagen: de tekenaar maakt het, een tweede teamlid controleert, de teamleider kijkt het na en Barry loopt er als laatste overheen. Wat wij niet oppakken, benoemen wij evengoed. Berekeningen, constructief advies en vergunningen laten wij bij de opdrachtgever of zijn adviseur. Onze rol beperkt zich tot tekenen en modelleren, en juist die afbakening maakt een projectprijs realistisch.
Bij een projectopdracht leggen wij de technische randvoorwaarden vast voordat er iemand aan een blad begint. Dat betekent concreet: welk pakket, welke versie, welk formaat en welke uitwisselmomenten. Onze hoofdsoftware is Revit, AutoCAD en Rhino, aangevuld met Inventor, Grasshopper en in beperkte mate Dynamo en Vault. Wij draaien altijd de laatste versies. Werkt het ontvangende team op een oudere versie, dan spreken wij dat bij aanvang af en leveren wij daarop aangepast, want een conversie halverwege een project kost altijd meer dan hij oplevert.
Bestanden gaan de deur uit als DXF, DWG, Revit-formaat of STEP, en in de praktijk in elk gangbaar CAD-formaat dat het vervolgproces vraagt. Welk formaat de eindbestemming is, bepaalt bovendien hoe wij het model opbouwen. Een model dat naar productie doorloopt vraagt andere keuzes in geometrie en naamgeving dan een model dat alleen ter informatie dient, dus die vraag stellen wij vroeg. Eigen omgeving, eigen licenties, daarin doen wij het werk. Voor de opdrachtgever betekent dat geen extra accounts, geen werkplekken en geen beheerlast aan zijn kant, wat bij een tijdelijk project een reëel voordeel is.
Loopt een bestand toch door een conversie, dan controleren wij de referenties, de arceringen en de teksthoogtes voordat het pakket de deur uit gaat. De uitwisseling zelf loopt bij los AutoCAD-werk via e-mail. Bij omvangrijke trajecten, zoals kassenbouwprojecten, zetten wij software in waarin de opdrachtgever inlogt en het project volgt. Die keuze maken wij bij de start, samen met de afspraken over versiebeheer en bestandsnamen.
Geen doorlopende loonkosten en geen bezetting die na de piek leeg draait. Valt bij ons iemand uit door ziekte of vakantie, dan vervangen wij die persoon en loopt het werk gewoon door.
Een projectset moet naadloos in het bestaande dossier passen, anders verschuift het werk alleen maar naar de ontvanger. Daarom tekenen wij volgens de standaard en de tekenafspraken van de opdrachtgever, die wij van hem krijgen. Bij aanvang vragen wij een vast pakket op. Het template met titelblok en stempel, de lagenopbouw met kleuren, lijntypes en plotstijlen, de conventie voor bestands- en bladnummering, en de opzet van de revisietabel. Daarnaast willen wij één blad zien dat intern is goedgekeurd, want dat vertelt ons meer dan een handboek. Daaruit lezen wij teksthoogtes af, de dichtheid van de maatvoering, de manier waarop verwijzingen staan aangeduid en hoeveel detail in een doorsnede thuishoort. In Revit houden wij de families, types en view templates van de opdrachtgever aan. In AutoCAD werken wij met zijn lagen, blokken en plotstijlen.
Wijkt zijn opzet af van wat wij zelf efficiënter zouden vinden, dan volgen wij hem toch, omdat hij met het dossier verder moet en niet wij. Zien wij iets dat structureel uren kost, dan melden wij het als observatie en laten de beslissing bij hem. Werkt de opdrachtgever met een gemengd dossier waarin oudere AutoCAD-bladen naast recente Revit-modellen staan, dan laten wij die scheiding intact in plaats van er ongevraagd één systeem van te maken. Bij een project met meerdere tekenaars is dat vastleggen extra belangrijk. Wij verdelen bladen over het team, maar de controle blijft centraal, zodat een blad van de ene tekenaar niet te onderscheiden is van dat van de andere. Die uniformiteit bewaken wij per tranche.
Aan het eind van een projectopdracht leveren wij meer dan losse bestanden. De set bestaat uit de afgesproken bladen in het afgesproken formaat, met een bladenlijst waarin nummering, titel en revisiestand staan. Daarbij zitten de brondocumenten: het Revit-model of de DWG's waaruit de bladen komen, zodat de opdrachtgever zelf verder kan zonder van ons afhankelijk te zijn.
Families, blokken en templates die wij onderweg hebben opgebouwd, gaan mee, want ook die zijn zijn eigendom. Materiaalstaten die aan het model hangen lopen mee met wijzigingen, dus die blijven bruikbaar na oplevering. Waar wij tijdens het werk aannames hebben moeten doen, geven wij die apart aan, zodat niemand later hoeft te raden waarom een detail is zoals het is.
Die opzet kiezen wij met het vervolgproces in gedachten, en welke bestemming de set heeft vragen wij daarom al tijdens de intake. Gaat de set naar de uitvoering, dan telt vooral dat verwijzingen kloppen en dat de revisiestand eenduidig is. Gaat hij naar calculatie, dan zijn de staten en de stuklijsten het belangrijkst. Loopt hij door naar productie, dan draait het om de STEP-bestanden en de geometrie daarachter.
Het intellectueel eigendom van alles wat wij maken ligt bij de opdrachtgever, dus hergebruik in een volgend project staat hem vrij. Loopt er na oplevering alsnog een revisieronde, dan pakken wij die als afzonderlijke vervolgopdracht op, met dezelfde afspraken over standaard, formaat en controle als in het oorspronkelijke project. Wie eerst wil zien hoe zo'n set eruitziet, begint met een klein pakket.
Stuur uw stukken en tekenafspraken, dan laten wij binnen een tot twee werkdagen weten wat wij kunnen oppakken en wanneer.